Op het tabblad FORMULES vind je in het midden de optie "Namen beheren".
Als je eerst een cel op regel 4 kiest en dan on "Namen beheren" kijkt naar de naam Zondagen, dan zie je de formule zoals in post 2.
Als je hetzelfde doet, maar dan eerst een cel op regel 5 kiest, dan zie je dat alle celverwijzingen in de formule van "Zondagen" zijn opgeschoven naar regel 5.
Het resultaat van "Zondagen" is een vector ter lengte van het aantal dagen tussen begin- en einddatum, met ONWAAR als de datum geen zondag is en de betreffende datum als het wel een zondag is.
De functie KLEINSTE in de uiteindelijke formule, kijkt alleen naar de datums en slaat de ONWAARs over.
RIJ(INDEX(Blad1!A:A;Blad1!B4):INDEX(Blad1!A:A;Blad1!C4))
Dit deel is een truc om een vector te krijgen van alle datums vanaf de begindatum t/m de einddatum.
Elke datum wordt vastgelegd als een volgnummer (vanaf 1-1-1900).
Zo correspondeert 1-1-2016 met 42370 en 31-1-2016 met 42400.
INDEX(Blad1!A;A;Blad1!B4) is cel A42370; INDEX(Blad1!A:A;Blad1!C4) is cel A42400
Je krijgt dus RIJ(A42370:A42400) en dat levert op: 42370, 42371, etc. t/m 42400.
Met WEEKDAG wordt gecheckt of dit 1 is (Zondag) en zo ja dan wordt die datum teruggeven. Die ALS functie heeft geen waarde-indien-onwaar, dus als het geen zondag is dan levert dat ONWAAR op.
Voor januari krijg je dan ONWAAR, ONWAAR, 42372 (is 3-1-2016), 6x ONWAAR, 42379 (10-1-2016) etcetera.
In de uiteindelijke formule levert KLEINSTE(Zondagen;1) de kleinste waarde op (42372); kleinste(Zondagen; 2) levert de op 1 na kleinste waarde op (42379) etcetera.
DAG levert het dagdeel van de datum op (3, 10 etcetera).