Je moet elke vorm van tekst in je programma vervangen door een functie aanroep, die je een code meegeeft, en vervolgens laat je die functie de tekst teruggeven in de juiste taal.
Welke taal je moet gebruiken hou je bij in de sessie, en de codes stop je bijv. in een database of een configuratie bestand, zodat je op kunt zoeken welke tekst hoort bij welke code.